Geitenkaas

Geitenkaas wordt gemaakt van melk van de geit. Geitenkaas is iets witter van kleur dan kaas van koemelk en heeft een pittige bijsmaak.

De meeste Nederlandse geiten- en schapenkaas is van het Goudse type: een platronde, halfharde kaas met een vetgehalte van 48 procent in de droge stof. Ook is er verse geitenkaas te koop: zachte kaas die kort heeft gerijpt.

Omdat melk maar beperkt houdbaar is, maakt men er kaas van, zodat de waardevolle bestanddelen van de melk langer behouden blijven. De belangrijkste bestanddelen in kaas zijn: vet, eiwit en melkzouten. Het zout dat wordt toegevoegd bij de bereiding van kaas heeft ten eerste een remmende werking op de groei van ongewenste bacteriën. Ten tweede heeft het zout invloed op de consistentie en de smaak.

Geitenkaas is witter van kleur dan kaas gemaakt van koeienmelk. Dit komt doordat geiten alle caroteen (bevat oranje kleurstof) uit het voer in hun spijsverteringskanaal omzetten in vitamine A. De vetzuurmoleculen in geitenmelk zijn kleiner dan in koeienmelk, waardoor geitenkaas lichter verteerbaar is.

Geitenmelk wordt (op de boerderij en in de zuivelfabriek) verwerkt tot halfharde kaassoorten van het Goudse type en verse kaassoorten. Kleine halfharde geitenkaasjes van ongeveer 500 gram kunnen al na 10 tot 14 dagen worden gegeten. De kaas smaakt dan als jonge kaas. Het verouderingsproces gaat bij geitenkaas veel sneller dan bij kaas van koeienmelk. Na vier weken smaakt geitenkaas al naar oude kaas. Bij grotere kazen verloopt het rijpingsproces langzamer.

Er wordt ook verse en halfharde geitenkaas gemaakt waaraan verschillende soorten kruiden zijn toegevoegd, zoals selderij, bieslook, knoflook of brandnetel.

Bekende geitenkaassoorten zijn feta en brunost.

geitenkaas